OP ZOEK NAAR MIJN MOEDER

Ik weet niet meer precies wanneer ik besefte dat ik geadopteerd was. Ik vond het op een gegeven moment wel apart dat ik blanke ouders had; een oudere broer die uit India kwam en een jonger zusje uit Indonesië. Na verloop van tijd ben ik gaan uitzoeken waar ik vandaan kwam en besloot ik een keer terug te gaan om zelf te ervaren waar mijn oorsprong ligt. Dit is mijn verhaal.

Ik was negen maanden oud toen ik naar Nederland kwam, vanuit een kindertehuis in Indonesië. Mijn biologische moeder heeft de eerste 40 dagen voor me gezorgd, maar kon dat simpelweg niet meer. Een kindertehuis was de enige ‘logische’ oplossing. Ik was haar eerste kind; ze had geen idee wat het moederschap inhield.

Indonesisch

Nog geen jaar oud kwam ik terecht in Westervoort, dichtbij Arnhem. Ik weet nog dat mijn nieuwe ouders in een rijtjeshuis woonden, met een tuin en een appelboom. Toen ik 12 was, zijn we naar Alphen aan den Rijn verhuisd. Daarvoor wist ik al dat ik geadopteerd was. Hoe ik dat precies ontdekte? Dat is lastig aan te geven; ik weet nog wel dat ik volgens Indonesisch gebruik altijd gehurkt ging zitten en aardappels van me af schilde om het kwaad van me weg te bewegen.

Nieuwe wijk

Ik heb adoptie nooit als ‘gevoel’ ervaren. Voor mij was het gewoon een woord waar verder geen emotionele lading aan was verbonden. Mijn ouders waren mijn ouders. In Alphen aan den Rijn ben ik op het Ashram in de tweede klas van de MAVO ingestroomd. In die tijd woonden we in de Ambachtenbuurt, dat was toen een nieuwe wijk. Ik had op dat moment geen idee dat er in Alphen een Molukse wijk was, maar ik werd af en toe wel als Molukker aangesproken. Verder ging het prima op school; ik hoorde wel een beetje bij de incrowd. Ik was niet de meest populaire jongen, maar paste goed in de groep. Mainstream, zeg maar.

Kappersschool

Ik heb netjes mijn middelbareschooldiploma gehaald en wilde daarna in eerste instantie eigenlijk naar de koksschool. Het werd uiteindelijk toch de kappersschool. Vier jaar watergolven, permanenten, invlechten, kleuren… Vanaf de eerste dag had ik meteen het gevoel dat ik de opleiding leuk zou vinden. Mijn ouders zeiden: ‘Als je op jongens valt, mag je dat best zeggen hoor…’ Ha ha ha! Voor mij lag het natuurlijk heel anders. Ik wist wat ik wilde. Niet te veel met theorie bezig zijn, maar iets doen met mijn handen. Dat deed ik het liefste en dat was dus mijn toekomst.

Nederlands

Nadat ik de kappersopleiding had afgemaakt, ben ik op cruiseschepen gaan werken. Ik ben de hele wereld over geweest en kwam daardoor snel in contact met allerlei mensen van internationale komaf. Wat me opviel was dat de bewoners van de Filipijnen mij als een van hen zagen. Maar ik kwam toch echt uit Nederland en hoorde dus bij de West-Europese bevolking.

Annemiek

Tijdens mijn eerste contractperiode had ik behoorlijk veel uitgegeven van het geld dat ik onderweg verdiende. Nadat we terug waren gekomen, heb ik – na zes weken thuis geweest te zijn – meteen weer aangemonsterd voor een volgende periode van negen maanden op zee. Die tweede keer ben ik wel wat voorzichtiger met mijn geld omgegaan. Zo kon ik sparen voor mijn eerste ‘root trip’ om te ontdekken waar ik vandaan kwam. Via Annemiek, een oud-klasgenoot die bij een reisbureau werkte, wilde ik met een georganiseerde reis naar Indonesië gaan. Zij adviseerde mij om met een backpack van Java naar Bali te reizen. Daarmee stond ze onbewust aan het begin van al mijn backpackavonturen, waar ik er genoeg van beleefd heb.

Kreteks

Bij aankomst in Jakarta voelde het niet meteen als thuiskomen. Het stonk; het was heel warm en ik moest erg wennen aan de lucht van de ‘kreteks’, sigaretten waarin kruidnagels worden verwerkt. Eenmaal aangekomen bij mijn eerste hostel, ontmoette ik een paar locals. Zij gaven mij een warm gevoel. Veel glimlachen, de vriendelijkheid, het lekkere eten; ik begon me helemaal thuis te voelen. Alleen kreeg ik toch het idee dat ik niet echt een indo was. Ik sprak de taal namelijk totaal niet. En ik ben bewust niet naar mijn geboortedorp gegaan of naar het kindertehuis waar ik vandaan kwam. Daar was ik gewoon nog niet aan toe. Bovendien lag het niet op mijn route naar Bali en ik bedacht dat ik dat later altijd nog zou kunnen doen. Dat was mijn eerste reis naar Indonesië.

Australië en Thailand

Terwijl ik die eerste keer door Indonesië reisde, kwam ik een jongen tegen die een jaar door Australië was getrokken. Dat wilde ik ook! Toen ik weer terug was in Nederland ben ik dan ook gaan sparen om een jaar naar Australië te kunnen gaan. In 2000, toen de Olympische Spelen in Sydney werden gehouden, werd mijn plan werkelijkheid. Aan het einde van mijn rondreis bracht een kamergenoot in een hostel mij op het idee om via Zuidoost-Azië terug te gaan naar Nederland. Ik kwam dus weer in aanraking met de Aziatische wereld, in Thailand om precies te zijn. En net als in Indonesië was ik aangenaam verrast door de gastvrije cultuur, de vriendelijke mensen, de hulpvaardige mentaliteit en het heerlijke eten. Ik voelde me direct weer thuis.

Van FIOM naar Nieuw-Zeeland

Terug in Nederland wist ik het zeker; ik moest absoluut weten waar mijn roots lagen. Om daarachter te komen, heb ik contact gezocht met het FIOM, een Nederlandse stichting die zich onder meer bezighoudt met het recht op afstammingsinformatie. Dat was in feite het begin van mijn zoektocht naar mijn biologische ouders. Ik wist van tevoren dat het niet eenvoudig zou worden, maar ik wilde hoe dan ook van start. Tegelijk werd ik er wat onrustig van. Daarom besloot ik om er samen met een reisgenote, Wanda, tussenuit te trekken. Weer een jaar weg, met als einddoel Nieuw-Zeeland. Voordat we daar onze reis zouden afsluiten, wilden we eerst nog een half jaar door Azië reizen. Met de trein naar China en dan verder Azië in. In dat half jaar wilde ik ook naar het kindertehuis waar ik vroeger als baby bijna acht maanden heb gewoond. Wanneer we daar geweest waren, zouden we doorreizen naar Australië om er te werken tot we genoeg geld zouden hebben om door te vliegen naar Nieuw-Zeeland.

Kindertehuis

Toen we in Indonesië waren, ben ik naar het kindertehuis gegaan. Daar kwam ik erachter dat alle kinderen heel lief behandeld werden. Zij kregen drie maaltijden per dag, gingen naar de kerk en alles werd betaald – tot en met de bruiloft – als ze uitvlogen uit het kindertehuis. Ik heb de haren van alle jongens en meisjes geknipt en lekker met ze gevoetbald. Op dat moment wist ik dat ik ook goed terecht was gekomen als ik niet geadopteerd was geworden. Ik belde het FIOM op en vertelde dat ik vrede had met hoe mijn leven was gelopen. Ik stopte met mijn zoektocht en stond volledig achter dat besluit. Dat was in 2004.

Ruth

Een jaar later was ik nog steeds in Nieuw-Zeeland, waar ik na mijn reis door Azië en Australië was gebleven. In 2005 liep ik Ruth tegen het lijf in een hostel. We konden het meteen goed met elkaar vinden en na verloop van tijd sloeg dat om in echte liefde. Ze raakte al vrij snel zwanger; in 2006 werd onze zoon Noah in Ruth’s geboorteland Schotland geboren. Ik hield hem vast en kreeg meteen weer de behoefte om te weten waar ik vandaan kwam. Dus heb ik het FIOM weer gebeld en blies ik mijn zoektocht nieuw leven in.

Brugge

In 2007 woonden we inmiddels in Nederland, in Alphen aan den Rijn. Daar heb ik eerst vijf jaar als kapper gewerkt, voor ik in 2012 besloot om een eigen kapsalon te beginnen. De zoektocht naar mijn biologische moeder was al jaren bezig en ik dacht dat het nog wel even zou duren voordat die iets zou opleveren. Om wat te ontspannen had ik samen met Ruth een weekendje Brugge geboekt. Onze kinderen (in 2010 werd onze dochter Rose geboren) bleven bij mijn ouders. Terwijl we overdag aan het winkelen waren, belde het FIOM. Ik hoorde dat mijn biologische moeder was gevonden en dat ze nog leefde. Daar moest ik wel even bij gaan zitten.

Match

Om zeker te zijn, wilde ik ons allebei een DNA-speekseltest laten doen. Mijn biologische moeder moest daarvoor naar Jakarta, waarna haar bijdrage naar Nederland werd gestuurd om met mijn speeksel te worden vergeleken. De uitslag: 99,9999 procent match!

Contact

Ik wilde eigenlijk meteen naar Indonesië toe. Alleen had ik al mijn spaargeld in mijn bedrijf geïnvesteerd om optimaal van start te gaan. Er was dus domweg geen geld over om heen en weer naar Indonesië te vliegen. Daarnaast had ik het gewoon heel druk op de zaak. Ik had wel op afstand contact met mijn biologische moeder. We spraken af om elkaar te schrijven en foto’s te sturen. Dat vond ik trouwens al een hele stap.

Ana

In hetzelfde jaar ontmoette ik Ana. Net als ik geadopteerd en woonachtig in Surabaya. Via de Facebook-pagina Indonesian Adoptees Worldwide kwam ik erachter dat zij mede de stichting Mijn Roots runde. Ze hielp geadopteerde kinderen om hun biologische ouders te vinden en kwam daarvoor regelmatig naar Nederland. We zagen elkaar bij een bijeenkomst van de stichting in Utrecht en ik vertelde dat ik al een DNA-test had gedaan en dat die positief was. Ik wilde mijn biologische moeder graag zo snel mogelijk ontmoeten, maar dat zou nog even duren.

Paul

Doordat ik zo druk was met de start van de kapsalon vloog de tijd om. Er gingen een paar jaar voorbij. Mijn goede vriend (en ook ondernemer) Paul vertelde mij dat hij mee wilde gaan om mijn moeder op te zoeken. Eén keer zei hij dat bij een feestelijke viering van Leidens Ontzet op 3 oktober, de volgende keer op Koningsdag na een stevig aantal biertjes. Toch meende hij het serieus en hij was ook de enige die me dat vertelde. Dezelfde week zijn we gaan zitten om het er eens echt over te hebben. Hij vond dat ik niet alleen moest gaan en wilde meegaan om mij te steunen wanneer ik iemand nodig had om mee te praten. Wow!

Auto met chauffeur

Mijn vrouw en kinderen wilden uiteraard ook mee, maar we hadden besloten dat het voor de eerste keer misschien beter was als ik alleen met Paul zou gaan. Ik heb vervolgens contact gezocht met Ana en haar gevraagd of ze ons kon helpen. Ze was niet alleen bereid om mee te gaan, maar we mochten ook haar auto met chauffeur lenen. Fantastisch! Wat een gastvrijheid voor iemand die ik nog maar een keer had ontmoet.

Avontuur

Mensen zeggen weleens dat de voorpret al leuk is. Dat was in mijn geval ook zo. De ochtend voordat we zouden vliegen, heb ik een reisgids van Lonely Planet gekocht. In het vliegtuig hebben we uitgezocht waar we naartoe wilden gaan. We hadden zelfs geen hotel geboekt in Surabaya. Maar het grote avontuur was begonnen!

Nachtvlucht

De vlucht van Nederland naar Jakarta was een nachtvlucht. Ik had vooraf slaappillen bij de huisarts geregeld en heb er onderweg eentje genomen. Ik was toch best zenuwachtig en kon niet vanzelf slapen. De volgende ochtend, op 11 juni 2016, werd ik om zeven uur lokale tijd wakker en voelde ik me prima. Op het vliegveld van Jakarta stapten we over op de vlucht naar Surabaya waar we anderhalf uur later aankwamen.

Teguh

Na het regelen van alle formaliteiten op de luchthaven ontmoetten we Teguh, onze reisgids in en om Surabaya. Hij vertelde dat we de dag daarop naar mijn biologische moeder zouden gaan. Hij waarschuwde meteen dat we daar geen geld moesten geven. Teguh gaf ook aan dat het hem verstandig leek om eerst maar te kijken hoe de familie op mijn bezoek zou reageren. Van daaruit konden we altijd nog kijken wat we verder zouden gaan doen. Het zou dus in theorie zomaar kunnen gebeuren dat we na 10 minuten weer vertrokken zouden zijn. Toen we het erover hadden, kreeg ik spontaan hoofdpijn en voelde ik de spanning toenemen. We maakten wel grapjes over dat ik mijn moeder lang geleden al gezien had, maar het zette me echt aan het denken en ik vond het absoluut niet relaxt om te horen dat het zo zou kunnen gaan.

Op weg

We gingen op pad met een chauffeur, Teguh, Ana en Paul. Na een stevig tijdje reden we door Jombang, op zoek naar Balongbesuk, en zagen we een poort waar mijn geboorteplaats op stond. Voor het eerst in mijn leven zag ik het staan. Het valt onder een district; je hebt eerst Jombang, dan Diwek en dan Balongbesuk. Geen wonder dus, dat niemand het kende.

De ontmoeting

Toen ik mijn moeder zag, was dat emotioneel; maar meer van haar kant dan van mijn kant. Ik had mezelf wel duizend-en-één scenario’s voorgesteld, maar het liep (natuurlijk) toch anders. We liepen eerst naar haar huisje toe, dat Teguh inmiddels had gevonden. Ik wilde Ibu een hand geven, maar zij pakte mij meteen vast en ik voelde haar lichaam schokken en ik hoorde haar huilen. Ik vond het zo zielig voor haar! Ik wist me ook even geen houding te geven. Paul vertelde later dat hij dat meteen aan mijn lichaamstaal had gezien. Voor mij voelde mijn moeder aan als een vrouw die ik niet kende, maar ik realiseerde me tegelijk dat zij jaren op mij gewacht heeft. Het enige wat ik op dat moment wilde, was dat ik haar al veel eerder had opgezocht zodat ze niet zo lang had hoeven wachten.

Jati Margo

Ibu is arm, maar dan ook écht arm. Ik heb een paar foto’s gemaakt van haar huis. Daarop is goed te zien hoe ze leeft en vooral ook wat ze allemaal niet heeft. Ze heeft wel alle foto’s bewaard die ik naar haar heb gestuurd. Dat zijn foto’s met mij erop, maar ook van mijn gezin; met Ruth en de kinderen. Het was best gek om daar te staan en te beseffen dat ik in datzelfde huisje op de wereld ben gekomen. Nadat ik geboren was, heeft ze nog wel een maand voor mij gezorgd, maar haar toenmalige vriend was vrij snel met de noorderzon vertrokken en ze kon in haar eentje niet voor mij zorgen. Daarom heeft ze mij aan de Jati Margo stichting afgestaan. Nadat ze dat deed, heeft ze een paar dagen alleen maar gehuild.

Meer adopties

We hebben niet alleen in haar huisje gezeten, maar we zijn ook naar de rijstvelden gegaan. Onderweg pakte ze mijn hand vast omdat ze graag samen met mij wilde lopen. Ze heeft me vol trots door het dorp meegetroond en tijdens de wandeling hebben we ook het dorpshoofd, ‘de burgemeester’, ontmoet. Hij vertelde dat er nog drie andere kinderen zijn geadopteerd uit hetzelfde dorp waar ik vandaan kom.

Stilte

Nadat we terug waren bij Ibu’s huisje heb ik mijn halfbroers ontmoet. Zij zaten eerst bij de buurman die Ibu heeft geholpen bij het schrijven van de brieven die ze naar mij heeft gestuurd. Toen kwam er een moment dat je bij programma’s als Spoorloos nooit ziet. Dat mensen stil zijn en even niks tegen elkaar zeggen. Het was trouwens echt heet, dat hielp ook niet echt. Gelukkig hadden Ana en Teguh het in de gaten. Zij dachten (en Ana zei) dat het misschien tijd was om elkaar weer gedag te zeggen om het emotioneel beladen moment voor onszelf een plek te kunnen geven.

Afscheid #1

Ana vertelde ook dat er door de ramadan tussen zonsopgang en zonsondergang niets werd gegeten en gedronken. Normaal wordt dat wel gedaan, zeker wanneer er zo’n bijzondere gebeurtenis is. Tussendoor was Paul de vrolijke noot in het verhaal; hij moest voortdurend selfies maken met de meisjes in het dorp. Maar zoals gezegd, het was tijd om te gaan. Ibu vond het verschrikkelijk dat we weggingen; ze moest weer huilen. We vertelden dat we nog een keer naar haar toe zouden komen voordat we naar Nederland zouden terugkeren. Teguh wilde een antenne kopen voor haar televisie en ook eten meenemen voor het Suikerfeest om het einde van de ramadan te vieren.

Ubud

De aantekeningen over de eerste bewuste ontmoeting met mijn moeder heb ik in Ubud op Bali geschreven. Na de dag bij mijn moeder hebben we daar een paar dagen in een hotel doorgebracht. Aan de rand van het zwembad kon ik heerlijk bijkomen van een paar heftige dagen. Het was ook goed voor mij om de aandacht even ergens anders op te richten. Ik kon aan mezelf goed merken dat de situatie me toch wel veel deed en ik was dan ook blij dat ik me gewoon even kon ontspannen. Dat lukte overigens prima.

Cadeaus

De dag voordat we terug naar Nederland zouden vliegen, zijn we weer naar mijn biologische moeder gegaan. We hadden onder meer eten en drinken meegenomen dat ze voor het Suikerfeest kon gebruiken. Het verkeer naar Jombang schoot maar langzaam op. Iedereen wilde kennelijk op tijd thuis zijn vanwege de ramadan. Na drie-en-een-half uur in de auto waren we eindelijk bij Ibu aangekomen, waar we eerst weer gingen zitten. Deze keer was alles wat minder beladen en we waren allebei minder gespannen. We hebben wat cadeaus gegeven, de antenne voor de televisie en wat loom bandjes die Rose voor de kinderen in Indonesië had gemaakt. Ik had ook drie oranje T-shirts meegenomen, die ik aan mijn halfbroers heb gegeven. Ook al deed Nederland niet mee aan het EK, ze waren er toch heel blij mee en mijn oudste halfbroer deed zijn shirt meteen aan.

Met aanhang

Bij mijn tweede bezoek leerde ik niet alleen mijn halfbroers kennen, maar ook hun aanhang en daar weer de kinderen van. Ik had er ineens een hele familie bij. Mijn halfbroers keken mij wel nog steeds wat onwennig aan en dat was andersom waarschijnlijk ook het geval. Met mijn nieuwe nichtje en neefje bleek gebarentaal de beste manier om te communiceren. ‘Deze vuist op deze vuist’ is gelukkig een internationale kindertaal. We gingen tenslotte eten bij een hotel-restaurant in Jombang, want we durfden het niet aan om iets lokaals op straat te gaan eten. We moesten de volgende dag 14 uur in een vliegtuig zitten en het culinaire risico was ons net even te groot.

Tafelmanieren

Mijn nieuwe familie was duidelijk niet gewend om in een restaurant te eten. Ibu was niet echt op haar gemak en pakte mij daarom maar stevig vast. De tafelmanieren waren op zijn zachtst gezegd interessant om te zien. Paul begreep in elk geval wel waarom ze niet vaak in een hotel gingen eten. We bestelden eten: duif, vis en rijst. Doordat de familie de hele dag had gevast, hadden ze stevige trek. Alles ging snel naar binnen en we waren ook snel uitgegeten.

Schulden

Twee duifmenu’s werden netjes ingepakt om mee naar huis te nemen. Daar hebben we nog wat gepraat en kwamen de gids en de chauffeur erachter dat Ibu wat geld had uitstaan bij een aantal mensen in het dorp. Ze adviseerden mij om niet zomaar alle schulden te gaan betalen. Dat zou naar hun idee een verkeerd signaal geven en wat zou er dan gebeuren als ze over een jaar weer in dezelfde situatie zat? Ik kreeg ook te horen dat mijn biologische vader overleden zou zijn, net als de vader van mijn halfbroers. Zekerheid heb ik daar nog steeds niet over…

Afscheid #2

Misschien waren we nog niet uitgepraat, maar het werd wel tijd om echt afscheid te nemen van elkaar. Ibu wilde graag dat ik zou blijven slapen, maar we moesten de volgende dag al om kwart over vijf in de ochtend opstaan en we hadden ook nog een autorit van drie uur naar Surabaya voor de boeg. We vertelden dus dat we echt zouden vertrekken. Daarop werd Ibu erg emotioneel en begon ze weer te huilen.

Heftig

We hebben nog een paar foto’s gemaakt met de hele familie en Teguh moest nog een paar zinnen vertalen. Daar werd hij zelf ook behoorlijk emotioneel van. Hij vond het best moeilijk om ons op die manier afscheid te zien nemen. We hebben Ibu bij het afscheid nog wel een klein beetje geld gegeven. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om dat niet te doen. Terug naar Surabaya was het verkeer wat rustiger en ging het nog even flink regenen. Eenmaal aangekomen in het hotel hebben we samen een Bintang gedronken en ik nog eentje extra, want het was toch best weer een heftige middag/avond.

Kansen en geluk

Bijna twee maanden later was ik pas echt in staat om conclusies te trekken naar aanleiding van mijn avontuur in Indonesië. In de eerste plaats heb ik ondervonden dat je moet genieten van het leven en kansen moet pakken. Natuurlijk heb je een beetje geluk nodig in het leven. Maar ik geloof – ook nu ik weet waar ik vandaan kom – dat je zelf je geluk kunt bepalen. Mijn verhaal is een succesverhaal, ik ga op zoek naar mijn biologische moeder en ik vind haar. Ik ben geadopteerd en heb meer kansen gekregen dan wanneer ik in Indonesië was gebleven. Maar die kansen heb ik zelf gepakt en benut.

Jammer genoeg ken ik ook verhalen die minder goed aflopen. Ik behoor tot de gelukkigen, dat besef ik heel goed. Tegelijk zou ik tegen iedereen willen zeggen; geef niet te snel op. Maar dat geldt natuurlijk voor heel veel dingen in het leven.

Afsluiting

Mijn zoektocht had op een teleurstelling kunnen uitlopen, maar als ik het niet had gedaan zou ik het nooit te weten zijn gekomen. Mijn avontuur in Indonesië maakte een einde aan een worsteling waar ik al meer dan 17 jaar mee bezig was. Het is nooit een groot probleem geweest, maar het was er wel altijd. Nu ik eindelijk weet waar ik vandaan kom, geeft het me innerlijke rust. Ik kende mijn oorsprong niet en nu wel. Ik heb een biologische moeder, zij heeft mij moeten afstaan omdat mijn biologische vader zomaar vertrok. Zij heeft na mijn geboorte nog ruim een maand voor me gezorgd. Zelf heb ik nooit de keuze hoeven maken die zij moest maken. Ik heb mijn kinderen niet af hoeven staan. En ik hoop uit de grond van mijn hart dat mijn kinderen die keuze ook nooit hoeven te maken. De wereld is groot. Ontdek en geniet. En leef. Vooral dat!

Richard Joko Venema

25 september 2017